Gierzwaluwtillen

Een nieuw fenomeen

Een redelijk nieuw fenomeen, een gierzwaluwtil. Een duiventil maar dan voor gierzwaluwen. Dat is de gedachte. In 2007 werd de eerste geplaatst in Múnchen-Riem in Duitsland waar een tribune bij een hippisch centrum werd afgebroken. De vele aldaar broedende gierzwaluwen raakten ‘huis en haard’ kwijt. Met hulp van lokgeluiden raakte de til het jaar daarop bezet. Maar in 2019 waren er nog steeds maar 5 van de 40 nestkasten bezet. Ook de ervaringen daarna in Duitsland, Engeland, Polen en sinds 2012 ook in Nederland, wijzen er nog niet op dat de gierzwaluwtil een succesvol type kunstnest is.

Gierzwaluwtil in Neede

Locatie belangrijk

Vooral de locatie is van groot belang voor de kans op bezetting. Die moet beslist dichtbij bestaande kolonies zijn en liever nog dichtbij verloren gegane nesten door renovatie of sloop-nieuwbouw. Ook dan is het toepassen van lokgeluiden waarschijnlijk van doorslaggevend belang voor een enigszins snelle bezetting. Een til is voor de gierzwaluw een onbekende nestplaats. Ze zullen er niet naar zoeken.

Bezetting blijvend laag

De bezetting van Nederlandse tillen is tot nu toe bijzonder laag. In 2019 waren van de zestien tillen met 521 nestkasten er zes bezet met totaal 13 broedgevallen. Omdat het er naar uitziet dat het aandeel van bezette kasten in een til zeer laag blijft,  is een gierzwaluwtil geen goede oplossing voor projecten waarbij veel nesten verloren gaan en waarbij in het kader van de Wet natuurbeheer mitigerende maatregelen genomen moeten worden. Voor het behoud van gierzwaluwbroedplaatsen is het beter om het aantal kasten/stenen in bestaande kolonies uit te breiden, standaard nestgelegenheid bij alle renovatie en nieuwbouw aan te brengen en lokgeluiden te installeren bij nog niet bezette nestkast/neststeenprojecten.

De feiten over gierzwaluwtillen op een rij

In onderstaand artikel van Jaap Langenbach in het Gierzwaluwen Bulletin nr. 2019-2 staat een verslag van een onderzoek naar de exploitatie, ervaringen en bezetting van de Nederlandse  gierzwaluwtillen over de periode 2012-2019. Dit artikel wordt hieronder integraal weergegeven.

Hier een aantal foto’s van bestaande gierzwaluwtillen.


München, Duitsland

München, Duitsland

Cambridge, UK

Cambridge, UK

Trumpington, UK

Trumpington, UK

Warschau, Polen

Oxford, UK

Bejing, China

Bejing, China

Bejing, China. Detail met hoofdbewoners: mussen

Gierzwaluwtillen 2012 - 2019
Jaap Langenbach
Artikel Gierzwaluw Bulletin 2019-2

Ruim twaalf jaar geleden werden de eerste ‘gierzwaluw-
tillen’ geplaatst: een verzameling nestkasten op een hoge
paal. In Nederland staan er nu twaalf (negen gierzwaluw-
tillen en drie ‘faunatorens’) en drie nieuwe zijn in aanbouw,
in Akkrum, Den Helder en Neede. Maar werken ze ook? In
het kader van de energietransitie zullen in de komende
decennia vooral veel oudere woningen, met relatief veel
gierzwaluwnesten, worden gerenoveerd. Hier en daar zal
ook een gierzwaluwtil als vervangende broedplaats over-
wogen worden. Elders zouden ze preventief of als extraatje
ingezet kunnen worden. Daarom is het belangrijk om te
weten of tillen een goede oplossing zijn. In dit artikel een
eerste inventarisatie van ervaringen en resultaten.

Den Helder als pionier

Tien jaar geleden las Fred van Vliet uit Den Helder in het
GBN-bulletin (2009-2) over een gierzwaluwtil in Mün-
chen. Daar was in 2007 een gierzwaluwhotel met veertig
nestkasten op een paal geplaatst, met bezetting in het jaar
daarop. Met behulp van wat bouwvoorschriften die in het
artikel werden vermeld ging Fred aan de slag en in 2012
stond in Den Helder de eerste Nederlandse gierzwaluwtil
met zestien nestruimtes op een paal van 10 meter. In 2014
werden de eerste slapers waargenomen en in 2019 werden
vijf broedgevallen gemeld.

Wet natuurbescherming

Acht tillen zijn gebouwd door lokale werkgroepen of
personen zonder dat daarbij sprake was van een wettelijke
verplichting in het kader van broedplaatsverlies. Werk van
liefhebbers dus, die meer broedplaatsen wilden realise-
ren. De tillen in Mijnsheerenland en Hallum daarentegen
zijn van de gemeente en gebouwd in het kader van een
ontheffing op de Wet natuurbescherming (Wnb), wegens
sloop van gebouwen met broedplaatsen. De til in Putters-
hoek is gerealiseerd door een projectontwikkelaar, ook in
het kader van een ontheffing Wnb wegens broedplaatsver-
lies.

Paniekvoetbal

Een til kan als oplossing worden aangegrepen om snel
aan de wettelijke vereisten te kunnen voldoen. Ze wor-
den kant en klaar geleverd en een locatie is altijd wel te
vinden. De bijhorende publiciteit rond de opening is mooi
meegenomen voor gemeente of woningbouwcorporatie.
In Mijnsheerenland werden ze met spoed geplaatst op een
tijdelijke locatie om met de sloop van woningen te kunnen
beginnen. Ook in Hallum was sprake van ‘paniekvoetbal’.
Woningsloop was gepland en er waren 85 nestkasten
nodig. Daar zijn niet zomaar geschikte locaties voor te
vinden. Een til met 85 kasten moest uitkomst bieden. Tillen
kunnen dus worden ingezet om het sloop- en renovatie-
proces volgens plan te laten verlopen. Onvoldoende speci-
fieke wet- en regelgeving en gebrek aan kennis en erva-
ring bij ecologen, gemeente, provincie of woningcorporatie
leiden tot een grote kans op fouten en mislukte projecten.
Die fouten komen overigens ook bij andere kunstnestvoor-
zieningen nog veelvuldig voor.

 

Locatie

De meeste kans op bezetting bestaat op locaties vlakbij
bestaande broedplaatsen. De kans wordt groter als er on-
langs broedplaatsen in de nabijheid verloren zijn gegaan.
Dat is ook bij huiszwaluwtillen gedocumenteerd. Het wordt
bevestigd door de snelle bezetting van de tillen in Den
Helder, Neede en IJlst in een dorpskolonie op minder dan
60 meter van bestaande broedplaatsen. De bezetting in
Hallum, aan de rand van het dorp op 200 meter van ver-
dwenen broedplaatsen en waarschijnlijk zonder lokgeluid,
is dan ook enigszins verrassend. De overige, niet-bezette
tillen, staan op (veel) grotere afstand: meer dan 100 meter.
Acht tillen staan in stadsparkjes. De til in Oud-Alblas staat
op 500 meter van de rand van de bebouwde kom. De til in
Waddinxveen staat aan de rand van een nieuwbouwwijk op
1 kilometer van bestaande broedplaatsen.

Constructie

Over de kwaliteit van de constructie van de tillen, zoals
houtsoort, levensduur, noodzakelijk onderhoud en vereis-
ten uit het ‘Kennisdocument gierzwaluw’ is nog niet veel
bekend. Is het niet te koud daarboven op 6-10 meter in
de wind, vergeleken met een dakpannest of in een dikke
muur? Er is geen keurmerk en de variaties in bouwwijze
zijn vrij groot. De til in Den Helder is inmiddels voor vrij
ingrijpend onderhoud aangepakt. De paalhoogtes variëren
van 4 tot 10 meter. Behalve in Hallum zijn alle kasten in
een cirkel rond de paal geplaatst. Kasten zitten meestal
erg dicht op elkaar, met gemeenschappelijke bodem, dak
en zijkant. De tillen in Den Helder, Amersfoort en Wad-
dinxveen staan op kantelmasten. Dat is niet handig omdat
tijdens het seizoen niet gerepareerd kan worden (lokgeluid
of camera) en bovendien raakt de nestinhoud overhoop
bij controle achteraf. Beter lijkt het model in onder andere
Neede en Moergestel, met mogelijkheid tot kastinspectie
van binnenuit. Er zijn twee leveranciers van complete tillen.
Miecon realiseerde tillen in Hallum, Mijnsheerenland en
Puttershoek. Birdhousing bouwde de til in Neede. De overi-
ge tillen zijn ‘zelfbouw’, vaak ontworpen door de initiatief-
nemer en veelal in samenwerking met lokale vakmensen
en bedrijven uit de eigen kennissenkring (die ook nog wel
eens een gratis hoogwerker of een betonfundament kon-
den leveren).


Gierzwaluwentil Mijnsheerenland

Lokgeluid

Een til is voor gierzwaluwen een onbekend type nestgele-
genheid en ze zullen er niet naar zoeken. Het is bekend dat
lokgeluid van soortgenoten leidt tot een aanzienlijk gro-
tere kans op ontdekking, Het is niet van alle tillen precies
bekend hoe en wanneer er met lokgeluid is gewerkt, maar
bij alle tillen is er wel enige tijd lokgeluid toegepast. In
Den Helder is ermee gestopt na storing en nadat de eerste
invliegers waren gezien. Broedende spreeuwen (dit jaar in
acht van de zestien kasten) hebben hierbij waarschijnlijk
een belangrijke rol gespeeld. In Neede werd de til op de
nieuwe locatie zonder lokgeluid bezet; op de oorspronke-
lijke plek (vlakbij, verplaatst wegens burenklachten) werd
wel gelokt. In Hallum is een installatie aanwezig, maar deze
heeft mogelijk niet of slechts tijdelijk gewerkt. In Amers-
foort is de afgelopen twee jaar niet meer gelokt. Lokgeluid
is geen garantie voor (snel) succes. De beschikbaarheid
van standaard goed werkende apparatuur is een probleem;
op diverse locaties waren er (langdurige) storingen.

Bezettingsverloop

Een eerste broedpaar of een slaperspaartje zal ook zonder
lokgeluid nieuwe bezettingen uitlokken (kolonievogel).
In Den Helder en IJlst zien we daar een begin van maar
(nog?) niet in Neede. Geert Heetebrij betwijfelt of het
aantal (snel) zal toenemen omdat er erg veel ‘natuurlijke’
broedplaatsen en kunstnesten beschikbaar zijn. In IJlst,
Den Helder en Neede worden veel invliegers en vermoe-
delijke slapers gezien, zodat meer broedgevallen eigenlijk
wel verwacht worden. In het buitenland wijst het bezet-
tingsverloop daar echter niet op.

Ervaringen in het buitenland

De genoemde til in München met veertig kasten was ook
in 2019 weer bezet, maar nog steeds met niet meer dan
vijf broedgevallen. In Polen zijn meer dan 25 tillen ge-
bouwd. Van tien tillen is de helft bezet, maar met slechts
een paar nesten per til. Het blijkt dat andere vogelsoor-
ten er ook gebruik van maken en dit blijkt niet altijd goed
samen te gaan met bezetting door gierzwaluwen. Van een
serie van dertien identieke zeskantige ‘Jerzynowniki’ tillen
met 24 kasten waren er na drie tot vier jaar vijf bezet met
respectievelijk 2, 2, 3, 5 en 6 nesten. Menthol, leverancier
van een ander type til, waarschuwt: “locatie is alles”. Ook in
het Verenigd Koninkrijk is sinds 2011 een flink aantal tillen
gebouwd, bijna altijd voorzien van lokgeluiden. Dick Ne-
well registreert de ontwikkelingen op zijn blog ‘Action for
Swifts’ en meldt dat slechts enkele tillen bezet zijn, dat de
bezetting vaak jaren duurt en dat het aantal broedsels per
til erg laag blijft. Hij vermoedt dat de wat hogere bezet-
tingsgraad in Polen verklaard kan worden door een dichter
broedbestand en meer sloop en renovatie. Daar zijn dus
veel ‘radeloze daklozen’ op zoek naar een broedplaats.

Gierzwaluwtil in Oisterwijk,
mede gefinancierd uit het projectfonds van GBN

Bezetting in Nederland

In de tabel staan de twaalf bekende tillen op volgorde
van plaatsing. Niet van alle tillen is even duidelijk hoe
de monitoring is uitgevoerd. Bij diverse tillen wordt niet
systematisch of onvoldoende waargenomen. De genoemde
broedgevallen zijn gemeld door de eigenaar of beheerder.
Er kunnen kasten bezet zijn waar nog niet gebroed wordt.

Prijzig

De negen ‘pure’ gierzwaluwtillen vergden een investering
van € 4.000 tot € 12.000 en gemiddeld circa € 230,- per
nestkast. Dat is ruim € 4.000 per broedgeval (totaal vijftien
in de negen gierzwaluwtillen). Dat laatste bedrag zou ove-
rigens snel kunnen dalen. Als het aantal broedgevallen in
2020 verdubbelt naar zestien (en er geen nieuwe, onbe-
zette tillen bijkomen), is het nog ‘maar’ € 2.700 per broed-
geval. De meer gecompliceerde ‘faunatorens’ in Moer-
gestel en Hallum, waarin ook ruimte is voor bijvoorbeeld
vleermuizen en huiszwaluwen, kostten respectievelijk
€ 17.000 (exclusief 1.600 uren vrijwilligerswerk) en € 25.000.
Voor een totale investering van circa € 115.000 (exclusief
soms heel veel vrijwilligerswerk) steeg het aantal nestkas-
ten in de negen gierzwaluwtillen en drie faunatorens naar
461. Maar de bezetting, met in totaal zeventien broedge-
vallen tot nu toe, waarvan drie mislukt, komt in 2019 met
tien broedsels nog steeds niet verder dan een erg magere
2,2%.


Gierzwaluwtil in Amersfoort

Voorlopig maar niet?

Alles overziend moeten we, na ruim twaalf jaar ervaring
met vele tientallen tillen in binnen- en buitenland, vast-
stellen dat het er nog niet naar uitziet dat een gierzwa-
luwtil een goede oplossing zal zijn om gierzwaluwen aan
vervangende of aanvullende broedruimte te helpen. De
bezetting is erg laag en we moeten ons afvragen of de
hoge kosten maatschappelijk verdedigbaar zijn. Het is van
belang dat ervaringen en resultaten breed gedeeld wor-
den, zodat initiatiefnemers met meer kans op succes aan
de slag kunnen. GBN hoopt van harte dat de tilbeheerders
de resultaten goed blijven monitoren, zodat we nieuwe
projecten goed kunnen adviseren. Onderdeel van dat
advies zal in ieder geval zijn om ook goed te kijken naar
de andere, goedkopere voorzieningen (met name nestste-
nen en ook nestkasten) die meer bewezen kans op succes
hebben. Uiterlijk volgend jaar hoop ik rond deze tijd meer
ervaringen te kunnen melden.

Jaap Langenbach
E: Jaaplangenbach@ziggo.nl
T: 06 3849 7474

Weblinks

Actuele details van alle tillen: http://members.ziggo.nl/jaaplangenbach/Kunstnesten.html#tillen
Diverse projectbeschrijvingen: http://actionforswifts.blogs-
pot.com/search/label/towers
Zijn tillen een goed idee?: https://actionforswifts.blogspot.
com/p/are-swift-towers-good-idea.html

Loes v.d. Bremer e.a. in De Levende Natuur jan. 2019 over succesfactoren van tillen voor huiszwaluwen:
https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/Artikelen/
dln120_1_succesfactoren_huiszwaluwtillen.pdf

Reacties zijn gesloten.