Leefgedrag

De gierzwaluw is een mysterieuze maar intrigerende vogel. Zo vertrouwd in de zomer, het schreeuwende geluid en de sikkelvormige silhouetten in de lucht. In de onderstaande hoofdstukken geven we u een kijkje in het leefgedrag van de gierzwaluw.

Voedsel

Het voedsel van gierzwaluwen is aeroplankton (vliegende insecten en zwevende spinnetjes).Niet alles wat voorbij komt wordt verorberd. In een fractie van een seconde onderscheiden ze de eetbare zweefvlieg of de met een angel uitgeruste bij.

Vocht halen ze uit hun voedsel (de insecten). Als het erg warm is willen de gierzwaluwen wel eens drinken. Dit doen ze door met hun snavel water te scheppen tijdens een lage vlucht over een rustig wateroppervlak. Als insecten vliegen en de gierzwaluw de insecten kan zien, wordt al happend gegeten. Een bek die wijd open gaat vergemakkelijkt het vangen.

Stel:
Hoog zomer heeft de gierzwaluw 5 uur nachtrust, dan blijven er 19 uren over waarin hij kan jagen.
Dat is 1140 minuten of 68.400 seconden.
Er is wel eens uitgerekend dat de gierzwaluw ongeveer 10.000 insecten per dag vangt.
10.000 insecten vangen in 68.400 seconden is: dan vangen ze 1 insect per 6,8 seconde

De gevangen insecten worden in de keelzak verzameld. Vermengd met speeksel vormt de gierzwaluw hier een voedselbal van.Het speeksel is een belangrijk onderdeel van het voedsel voor de jonge gierzwaluwen. De inhoud van een voedselbal is wel eens uitgeplozen en men trof daarin behalve vliegen, ook bladluizen, gevleugelde mieren, spinnetjes, kevers enz., in totaal ruim 500 insecten.  Het bleek dat een groot deel van de insecten nog leefde.

Op een mooie zomerdag met veel insecten in de lucht kunnen de ouders 40 balletjes naar het nest brengen. Opgeteld bij de insecten die ze zelf eten, kan een gierzwaluw gezin per dag meer dan 20.000 insecten verorberen.Als je voedsel insecten is dan krijg je ook het ‘pantserskelet’ binnen en dat is bijna onverteerbaar. De uitwerpselen van de gierzwaluw bestaan dan ook voornamelijk uit die pantsers.

Geluid

Het repertoire van de gierzwaluw is, zover bekend, niet groot, maar zeker indrukwekkend. Dit geluid is zo karakteristiek voor de binnensteden in de zomermaanden. De natuur in de stad laat zich horen. De bekende ‘srie-rie’, duet-schreeuw, wordt gezamenlijk geproduceerd door de twee individuen van een paar. Het heeft waarschijnlijk een territoriale functie, maar het dient waarschijnlijk ook voor partnerherkenning, het stemmen van de paarband. De lange-schreeuw is het geluid wat van 1 gierzwaluw komt en dient zeer waarschijnlijk voor het aangeven van haar territorium. Screaming party’s is waarschijnlijk een activiteit van bangers, gierzwaluwen die op zoek zijn naar een nestplek.

Voorplanting

Rond 30 april zijn de eerste gierzwaluwen weer terug. Vogels die vorig jaar een nest hadden zoeken dit weer snel op. Zo voorkomen ze dat het door een ander in gebruik wordt genomen. De broedruimtes zijn schaars. In de eerste 3 weken van mei wordt gewerkt om weer fit te worden na de lange vlucht vanuit Afrika naar ons land. Er wordt in de nestholtes dicht tegen elkaar aan geslapen en gepoetst. Het is nu tijd om goed te letten op de prachtige vluchten welke de verliefde stelletjes maken. Ze maken prachtige capriolen in de lucht en ook wordt er wel in de lucht gepaard. Tijdens deze periode happen ze ook nog nestmateriaal als dwarrelende kleine veertjes uit de lucht om het oude nest weer enigszins op te knappen. Het nest is een klein kommetje van met speeksel aan elkaar geplakte veertjes, grasjes en dergelijke.

Vanaf de tweede week van mei worden in het nest 2-3 eieren gelegd. Beide ouders bebroeden de eieren. Na 20 dagen, soms ook enkele dagen eerder of later, komen de jongen uit het ei.

Van half mei tot half juni komen nog meer gierzwaluwen terug uit Afrika, vaak in golven. Dit zijn de jonge vogels die 2 jaren geleden geboren zijn en oudere vogels die geen partner en nest konden veroveren. Deze vogels zijn op zoek naar een partner en nestplek.

De kuikens die uit het ei komen zijn kaal en hebben de ogen gesloten. Ze wegen 3 gram bij de geboorte.In de eerste week worden de jongen constant warm gehouden door beide ouders. Hierna wordt meer tijd besteed aan het zoeken naar voedsel.

In warme periodes groeien de jongen snel. In ongeveer 10 dagen kunnen de jonge vogels van ca. 3 gram net uit het ei een gewicht van ca. 25 gram bereiken.Bij slechte weersomstandigheden is het aanbod aan voedsel kleiner en krijgen de ouders het moeilijk om voldoende voedsel naar het nest te brengen.

Uit waarnemingen met camera’s bij de nesten is gebleken dat de broedvogels in slecht weer perioden altijd op de nesten overnachten. Overdag vliegt een oudervogel dan misschien maar een half uur, stil en voedselzoekend. Het lijkt dan net of de gierzwaluwen weg zijn. De broedende vogels zijn dat echter niet. In zo’n periode kunnen de jongen in een soort ‘winterslaap’ geraken, waarbij hartslag en ademhaling vertraagd worden en de lichaamstemperatuur lager wordt. Zo kunnen de jongen met minder energie een slechte periode doorkomen. Soms kan dat wel een week duren.Voor de ouders is dit een periode waarin ze af en aan vliegen om de hongerige jongen van voldoende voedsel te voorzien.

De laatste dagen op het nest is het een waar fitnesscentrum. De jonge vogels trainen hun vliegspieren door push-ups te doen. Vanaf ca. 10 juli vliegen de eerste jonge gierzwaluwen uit. Zij zullen zeker 2 jaren en vaak veel langer in de lucht te blijven, voor ze weer voet op de bodem van een nest kunnen zetten.In de laatste 2 weken van juli kunt u op mooie avonden genieten van spectaculaire vluchten. Met luid gegier scheren ze dan laag over de huizen en tussen de huizen door zijn ze in het stadsbeeld aanwezig.

Na het uitvliegen van de jongen blijven de ouders vaak nog wat dagen achter, misschien om bij te komen van de inspanningen en om op te vetten voor de reis naar Afrika..De uitgevlogen jongen keren niet terug naar het nest, maar slapen in de lucht. Op een avond keren ook de broedparen niet meer terug na een avondvlucht. Ze zijn op de radar wel waargenomen op meer dan 1,5 km hoogte. De volgende dag is het dan opeens heel stil. De gierzwaluwen zijn vertrokken naar Afrika. Tot het volgende jaar….

De gierzwaluw is een trekvogel

In de zomer is de gierzwaluw in haar broedgebied in Europa en Azië, buiten de broedtijd zijn zij onderweg naar – of in Afrika. Eind juli verlaten de jongen het nest. Ze vliegen vrijwel onmiddellijk naar zuidelijk Afrika, soms samen met oudere vogels.Een tocht van 7000 km. Begin augustus zijn vrijwel alle gierzwaluwen uit Nederland vertrokken. Eind april van het volgend jaar keren ze weer terug. Dus alleen de maanden mei, juni en juli (100 dagen) zijn ze in Nederland. De vliegreis wordt tamelijk vlug afgelegd, eigenlijk zonder rustpauzes. Ze komen midden september (tot eind november) aan in hun winter leefgebied.

Gedurende onze herfst en winter verblijven ze dus in Afrika, ver voorbij de evenaar. Ze volgen de natte moesson (regentijd) om aan insecten (voedsel) te komen. Deze tijd wordt gebruikt om te ruien. Het oude verenpak wordt (tijdens het vliegen) vervangen. Aan paarvorming wordt daar niet gedaan.

Als de gierzwaluwen de grote trektocht ondernemen zijn ze overgeleverd aan vele bedreigingen. Boven de Alpen en de Pyreneeën kunnen ze bv. overvallen worden door onverwachte weersverslechtering. In zuidelijke landen zijn er nog de jagers en vogelvangers die het op hun leven hebben gemunt. Op grotere hoogten kunnen vliegtuigen ’s nachts slachtoffers maken. Voedselschaarste onderweg kan ook voor problemen zorgen. Ondanks de vele bedreigingen die de gierzwaluwen ondervinden tijdens hun jaarlijkse trektochten, is de grootste bedreiging voor de toekomst van de gierzwaluw de geleidelijke verdwijning van geschikte broedgelegenheden.

In Nederland is de gierzwaluw van oorsprong een bewoner van de oude binnensteden. Door renovatie en stadsvernieuwing heeft de gierzwaluw het daar steeds moeilijker. Door het gebruik van kunstnesten zien we de gierzwaluw nu ook in andere woongebieden. Ook tijdens zijn verblijf in Nederland (het broedseizoen) legt de gierzwaluw enorme afstanden af. Logisch dat we hem in heel Nederland kunnen waarnemen.

In Zwitserland is een geringde gierzwaluw 21 jaar achter elkaar in dezelfde nestkast teruggekeerd. Zij had toen een afstand afgelegd, die gelijk was aan 97 keer rond de aarde vliegen. Bijzonder detail: zij had in die 21 jaren slechts 2 partners.

Biotoop

Het luchtruim is de biotoop van de gierzwaluwen. Daarna kan de stad, dorp en bebouwing ook als hun biotoop aangemerkt worden.  Ze vliegen 24 uur van de dag, behalve als ze broeden. Ze zijn voor hun nestplek afhankelijk van ons. Ze broeden graag in onze huizen, gebouwen en kantoren.

Door de warmte van de bebouwde kom zijn er veel insecten in de lucht. Zo zie je in de zomermaanden boven oude steden en kerkdorpen altijd gierzwaluwen.Oude gebouwen geven de gierzwaluw gelegenheid om te nestelen. Een scheve dakpan, ruimte onder de goot, onvolkomenheden in de bouw, zijn plaatsen waar de gierzwaluw gebruik van maakt. In Noord-Europa broeden gierzwaluwen wel in holle bomen en in Zuid-Europa in rotsspleten.In de avonduren zal de warmte van weilanden opstijgen en veel insecten meevoeren, dus ook hier zie je vaak gierzwaluwen vliegen. Of ze zijn te zien boven water, waar ook veel insecten te vinden zijn.

Bedreigingen

De grootste bedreiging voor de gierzwaluw is de mens. Stadsvernieuwing en renovatie maken het bestaan van onze vereniging noodzakelijk.In Noord en Centraal Italiё werden al in de 14e eeuw ‘gierzwaluwtorens’ gebouwd, gelijk aan duiventillen, als bewaarplaats voor vers vlees. Deze voorloper van de bio-industrie was in Toscane en omstreken tot na de 1e Wereldoorlog in bedrijf.

Ook nu nog staat het hele Middellandse Zeegebied bekend om de vogeljacht. Vogels die de Middellandse Zee moeten oversteken zijn een  makkelijke prooi voor  jagers. Vooral op het platteland van Zuid Europa kun je vele soorten vogelpasteitjes op het menu terugvinden.

Natuurlijke vijanden van de gierzwaluw zijn o.a. de Boomvalk en de Slechtvalk. De gierzwaluw kan ten prooi vallen aan de boom-/slechtvalk vlak voor en tijdens de najaarstrek als de onervaren jonge gierzwaluwen vliegen. Een oudere, meer ervaren gierzwaluw heeft een grotere kans om aan de boom-/slechtvalk te ontsnappen.Verder kan het weer  een formidabele tegenstander zijn in de vorm van een snel opkomende regen- of hagelbui. Het kan dan letterlijk gierzwaluwen regenen. In Nederland hebben we er eigenlijk geen ervaring mee, maar dit fenomeen is vooral bekend uit Afrika.

De gierzwaluwluisvlieg

De gierzwaluwluisvlieg (Crataerhina pallida) is een soort luisvlieg (Hippoboscidae) die parasiteert op de gierzwaluw.

De gierzwaluwluisvlieg is gevleugeld maar de vleugels zijn smal en kort waarmee ze niet kunnen vliegen. De kleur is bruin, de lichaamsvorm heeft veel weg van een krekel vanwege het sterk afgeplatte lichaam, de kleine kop, De gierzwaluwluisvlieg heeft korte dikke poten die naar achteren wijzen. Hij is een bijzonder snelle loper. De lengte is ongeveer 8 tot 10 millimeter.

De gierzwaluwluisvlieg heeft gemak van zijn platte lichaam bij het lopen door het verenkleed van de gierzwaluw. Hij leeft in de nesten en zuigt bloed van de gierzwaluw, dat met de stekende monddelen wordt opgezogen. Als de jonge vogels in goede conditie verkeren kunnen ze  de parasiten wel aan. Maar ze kunnen er aan bezwijken als de vlieg al te massaal in het nest voorkomt. Het achterlijf kan net als een teek behoorlijk opzwellen om een bloedvoorraadje aan te leggen. Hij kan dan ruim een week zonder voedsel.

Zoals wel meer luisvliegen is er geen zichtbaar ei- en larvestadium, de larve ontwikkelt zich in de eierstokken van het moederdier. De larve verpopt nog voor hij ter wereld is gekomen, larven zijn daarom niet te zien. Er zijn twee popstadia; in het eerste stadium is de pop wit, later wordt deze donkerder, pas in dit stadium vindt de eigenlijke metamorfose plaats.

Dennyus herundinus

Nog een ongewervelde die parasiteert op de gierzwaluw. Lid van de orde van dierluizen (Phthiraptera), onderorde van de Amblycera, familie van de Menoponidae en het geslacht Dennyus.

Wist u dat......?

Het voedsel dat aan de jongen gegeven wordt bestaat uit balletjes van 300 tot 500 insecten, die met speeksel tot een geheel wordt gemaakt. De jongen kunnen tot 20 balletjes per dagen krijgen.

De terugkeer.......

Bij de terugkeer van de gierzwaluwen uit Afrika naar de broedplekken in Europa kunnen de gierzwaluwen te maken krijgen met diverse weersinvloeden die hun opmars kunnen belemmeren. Een groot lagedruk gebied met lage temperaturen en overvloedige regenval kan een barrière zijn waardoor ze zuidelijk van dit front blijven. Er zijn ook mensen die zeggen dat ze er als het ware omheen gaan. Ook kan een periode van langdurige kou in onze omgeving van invloed zijn op de terugkeer van de gierzwaluwen.